Spaans A1 · Beginner · unit 4

Mi casa

In deze unit: hay (er is, er zijn), estar (zijn, zich bevinden), Hay of estar?, voorzetsels van plaats. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.

Grammatica 1: hay (er is, er zijn)

Hay is één vorm voor enkelvoud en meervoud. Je gebruikt het om te zeggen dat iets bestaat of aanwezig is.

  • En mi habitación hay una cama y un armario. (In mijn kamer is een bed en een kast.)
  • En el pueblo hay dos supermercados. (In het dorp zijn twee supermarkten.)
  • No hay jardín. (Er is geen tuin.)
  • Vraag: ¿Hay un baño aquí? (Is hier een toilet?)

Grammatica 2: estar (zijn, zich bevinden)

Persoonestar
yoestoy
túestás
él / ella / ustedestá
nosotrosestamos
vosotrosestáis
ellos / ellas / ustedesestán

Je gebruikt estar om te zeggen waar iets of iemand is: El sofá está en el salón. Mis padres están en casa. ¿Dónde está la cocina?

Hay of estar?

hayestar
nieuw, onbekend dingbekend, specifiek ding
met un, una, een getal of zonder lidwoordmet el, la, mi, tu…
Hay un perro en el jardín.El perro está en el jardín.
Er is een hond in de tuin.De hond is in de tuin.

Grammatica 3: voorzetsels van plaats

SpaansNederlands
enin, op
encima deboven op
debajo deonder
delante devoor
detrás deachter
al lado denaast
entretussen
cerca de / lejos dedichtbij / ver van
a la derecha de / a la izquierda derechts van / links van

Samentrekking: de + el = del en a + el = al. Dus: al lado del sofá (naast de bank), niet al lado de el sofá. Met la trek je niets samen: al lado de la mesa.

Let op, Nederlanders

  • Het Nederlandse 'zijn' heeft drie vertalingen: ser (wie of wat iets is), estar (waar iets is) en hay (er is). Madrid está en España, niet Madrid es en España.
  • Na hay komt nooit el of la: Hay el libro is fout.
  • Casa zonder lidwoord betekent thuis: Estoy en casa = ik ben thuis.

Woordenlijst

SpaansNederlands
la casa / el pisohet huis / het appartement
la granjade boerderij
el pueblo / la ciudadhet dorp / de stad
la habitación, el dormitoriode kamer, de slaapkamer
el salónde woonkamer
la cocinade keuken
el bañode badkamer, het toilet
el jardínde tuin
la mesa / la sillade tafel / de stoel
la camahet bed
el sofáde bank (om op te zitten)
el armariode kast
la ventana / la puertahet raam / de deur
la televisiónde televisie
el ordenadorde computer
grande / pequeñogroot / klein
nuevo / viejonieuw / oud
bonito / feomooi / lelijk