Gratis uitleg

Spaanse grammatica, uitgelegd in het Nederlands

Alle 60 units van A1 tot C2, gratis te lezen. Met voorbeelden, tabellen en de fouten die Nederlanders vaak maken. Wil je het ook oefenen? Dat kan in de app.

Start gratis met oefenenSpaanse werkwoorden vervoegen

A1

Beginner
Unit 1¡Hola!persoonlijke voornaamwoorden, het werkwoord ser (zijn)Unit 2Mi familialidwoorden en geslacht, meervoud, tener (hebben)Unit 3Los números y la horahoe laat is het?, afspraken en dataUnit 4Mi casahay (er is, er zijn), estar (zijn, zich bevinden), Hay of estar?Unit 5Mi díaregelmatige werkwoorden, vraagwoorden, hoe vaak?Unit 6En el restaurantequerer (willen), gustar (lekker of leuk vinden), Bestellen in een restaurantUnit 7De comprasbijvoeglijke naamwoorden, aanwijzende voornaamwoorden, prijzen en grotere getallenUnit 8La ciudadir (gaan), ir a + heel werkwoord (gaan doen), De weg vragen en wijzenUnit 9El tiempo librestamveranderende werkwoorden, wederkerende werkwoorden, Iemand uitnodigenUnit 10¿Cómo estás?ser of estar?, tener + gevoel, pijn hebben met doler

A2

Basis
Unit 1Ahora mismoestar + gerundio, gewoonte of nu?, wederkerend en seguirUnit 2¿Qué has hecho hoy?de vorm, wanneer gebruik je het?, waar staan de woordjes?Unit 3El fin de semana pasadoregelmatige werkwoorden, onregelmatige werkwoorden, voltooide tijd of verleden tijd?Unit 4Cuando era pequeñode vorm, wanneer gebruik je het?Unit 5Contar una historiahet grote verschil, onderbroken acties, een verhaal opbouwenUnit 6Compararmeer, minder, even, onregelmatige vergelijkingen, de overtreffende trapUnit 7De viajelijdend voorwerp (lo, la, los, las), waar staat het voornaamwoord?, de persoonlijke aUnit 8Regalos y favoresmeewerkend voorwerp, twee voornaamwoorden samen, Om een gunst vragenUnit 9Consejosde gebiedende wijs (tú, bevestigend), voornaamwoorden aan de gebiedende wijs, advies en verplichtingUnit 10El futurode toekomende tijd (futuro simple), futuro of ir a?, por of para?

B1

Gevorderd
Unit 1Opinionesde subjuntivo presente maken, mening en twijfel, Reageren op een meningUnit 2Deseos y peticioneswillen dat iemand anders iets doet, ojalá, iemand iets toewensenUnit 3Sentimientosgevoel over iets of iemand, oordelen met es + bijvoeglijk naamwoordUnit 4¡No lo hagas!ontkennende opdracht voor tú, usted, ustedes en nosotros, waar staan de voornaamwoorden?Unit 5Cuando lleguecuando + subjuntivo, para que, aunqueUnit 6Ya había empezadode vorm, wanneer gebruik je het?, al + infinitief, antes de, después deUnit 7Me gustaríade vorm van het condicional, drie toepassingen, si + tegenwoordige tijdUnit 8Me dijo que…dice que (heden), dijo que (verleden), vragen navertellenUnit 9La persona que…que, quien, donde, el que, la que, los que, las que, lo queUnit 10Debatironpersoonlijk se, lijdende vorm met se, verbindingswoorden voor een betoog

B2

Zelfstandig
Unit 1Quería que…de vorm, wanneer?, ojalá en quisieraUnit 2Si fuera ricodrie soorten voorwaarden, de regels, vragen over denkbeeldige situatiesUnit 3Si lo hubiera sabidode vormen, onmogelijke voorwaarde in het verleden, gemengde voorwaardenUnit 4Como si nadavoegwoorden die altijd subjuntivo krijgen, siempre que, como siUnit 5Fue construidoser + voltooid deelwoord, ser of estar + deelwoord?, ser-passief of se-passief?Unit 6Llevo años jugandomet een infinitief, met een gerundio, met een voltooid deelwoordUnit 7Ponerse, volverse, hacersewerkwoorden van verandering, ser of estar met een andere betekenis, de plaats van het bijvoeglijk naamwoordUnit 8Muy señor míoTaalgebruik 1: opbouw van een formele e-mail, Taalgebruik 2: beleefde formuleringen, Taalgebruik 3: een klachtUnit 9Hablar por los codosUitdrukkingen 1: het dagelijks leven, Uitdrukkingen 2: voetbal, Spreektaal (vooral Spanje)Unit 10El español en el mundoUitspraak, Grammatica, Spreek- en luisteropdracht

C1

Vloeiend
Unit 1Quizás, a lo mejorwoorden van twijfel, el hecho de que en que aan het begin, werkwoorden met twee betekenissenUnit 2Por mucho que insistasaunque (herhaling en uitbreiding), andere toegevende voegwoorden, herhalingsconstructiesUnit 3Estará en casavermoedens, vragen naar een vermoeden, toegeving met het futuroUnit 4Cuando haya terminadofuturo perfecto voor de toekomst, de subjuntivo perfecto, cuando, en cuanto, hasta que + subjuntivo perfectoUnit 5De ahí queoorzaak, gevolg, structurerenUnit 6Lo importantede vele betekenissen van lo, nominalisatie, academische formuleringenUnit 7Cuyo, el cualel cual, la cual, los cuales, las cuales, lo cual en lo que, cuyo (wiens, waarvan)Unit 8Contar conde belangrijkste werkwoorden per voorzetsel, betekenisverschil door het voorzetsel, dequeísmo en queísmoUnit 9MatizarTaalgebruik 1: (gedeeltelijk) eens en oneens, Taalgebruik 2: verzachten, Taalgebruik 3: de beurt nemen, houden en teruggevenUnit 10Refranes y registroSpreekwoorden, Taalgebruik 1: journalistieke taal, Taalgebruik 2: ironie

C2

Meester
Unit 1Los mil usos de seacht functies van se, het onbedoelde se, het aspectuele seUnit 2Quien lo hicierefuturo de subjuntivo, de -ra-vorm als verleden tijd, literaire verteltijdenUnit 3La norma cultaleísmo, laísmo en loísmo, lastige congruentie, accenttekensUnit 4Falsos amigosVertaaltipsUnit 5Pues, hombre, andaTaalgebruik 1: de belangrijkste partikels, Taalgebruik 2: toon maakt de betekenis, Taalgebruik 3: jongerentaal (Spanje)Unit 6RegistrosTaalgebruik 1: één boodschap, vijf registers, Taalgebruik 2: kenmerken per register, Taalgebruik 3: ambtelijke formulesUnit 7Figuras retóricasTaalgebruik 1: stijlfiguren, Taalgebruik 2: opbouw van een toespraak, Taalgebruik 3: spreken voor publiekUnit 8MediarTaalgebruik 1: samenvatten, Taalgebruik 2: gegevens beschrijven, Taalgebruik 3: bemiddelen tussen culturenUnit 9El arte de narrarTaalgebruik 1: drie manieren om gedachten en woorden weer te geven, Taalgebruik 2: dialogen schrijven met de raya, Taalgebruik 3: technieken voor levendig schrijvenUnit 10Afinarinterpunctie, het gerundium van 'later', anglicismen en pleonasmen