Spaans C2 · Meester · unit 5

Pues, hombre, anda

In deze unit: Taalgebruik 1: de belangrijkste partikels, Taalgebruik 2: toon maakt de betekenis, Taalgebruik 3: jongerentaal (Spanje). Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.

Taalgebruik 1: de belangrijkste partikels

PartikelFunctieVoorbeeld
puesbegin van een antwoord; nadruk; gevolg—¿Vienes? —Pues no sé. / ¡Pues claro! / ¿No tienes hambre? Pues no comas.
buenotoegeving, onderwerp afsluiten, aarzelenBueno, vale, tienes razón. / Bueno, me voy.
hombre / mujernadruk of verzachting (ook tegen vrouwen hoor je hombre)Hombre, no es para tanto. / ¡Hombre, Pedro! ¡Cuánto tiempo!
andaverrassing; ongeloof; aansporing¡Anda! ¿Tú por aquí? / ¡Anda ya! / Anda, ayúdame.
vengaaansporing; akkoord; afscheid¡Venga, que tú puedes! / —¿A las ocho? —Venga. / Venga, hasta luego.
valeakkoord (Spanje)—¿Quedamos mañana? —Vale.
mira / oyeaandacht vragenMira, te voy a ser sincero. / Oye, ¿tienes un momento?
vamosherformulering, samenvattingEs buenísimo, vamos, el mejor del equipo.
o seadat wil zeggen; (jongeren) stopwoordO sea, que no vienes.
yainstemming; ongeloof (ya, ya)—Es difícil. —Ya. / —Mañana empiezo la dieta. —Ya, ya…
qué vahelemaal niet—¿Estás cansado? —¡Qué va!
es queuitleg of excuusEs que no he tenido tiempo.
¿eh? / ¿no? / ¿sabes?instemming vragenMañana a las diez, ¿eh?

Taalgebruik 2: toon maakt de betekenis

Veel partikels betekenen iets anders afhankelijk van de intonatie:

  • ¡Anda! met stijgende, verraste toon = 'Hé, wat leuk!'. ¡Anda ya! met dalende toon = 'Ja hoor, geloof je het zelf?'
  • Ya. kort en neutraal = 'Klopt.' Ya, ya… langgerekt = 'Ja ja, het zal wel.'
  • Bueno… aarzelend = 'Nou, ik weet het niet.' ¡Bueno! verrast = 'Kijk eens aan!'

Taalgebruik 3: jongerentaal (Spanje)

Jongeren gebruiken ook en plan ('zo van', 'een beetje'), tipo ('zoiets als') en literal ('echt'): Estaba en plan agobiado. Era tipo las tres. Literal, no me lo creía. Herken ze; gebruik ze alleen in informele gesprekken met leeftijdsgenoten.

Let op, Nederlanders

  • Nederlanders gebruiken 'nou', 'toch', 'hoor' en 'gewoon' op een vergelijkbare manier. Pues lijkt op 'nou', ¿no? op 'toch?'.
  • Gebruik niet in elke zin een partikel. Twee of drie per gesprek klinkt natuurlijk.
  • In formele teksten horen ze niet thuis, behalve in letterlijke citaten.