Falsos amigos
In deze unit: Vertaaltips. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.
Vertaaltips
1. Vertaal betekenis, geen woorden. Vraag je af wat een Spanjaard in dezelfde situatie zou zeggen.
2. Pas de lengte van zinnen aan. Spaans gebruikt vaak langere zinnen met bijzinnen en que; Nederlands is korter en directer.
3. Let op het register. Nederlands 'je' en 'u' komen niet altijd overeen met tú en usted; in Spanje tutoyeert men sneller.
4. Vermijd het bezittelijk voornaamwoord bij lichaamsdelen en kleding: 'Ik heb mijn arm gebroken' = Me he roto el brazo.
5. Vermijd te veel ser-passief: 'Er wordt gezegd dat…' = Se dice que…
6. Verkleinwoorden: het Nederlandse '-je' is niet altijd -ito: 'een biertje' = una cerveza (of una caña).
Let op, Nederlanders
- 'Ik ben verkouden' zeggen met estoy constipado is goed. Wil je zeggen dat je last van je darmen hebt: estoy estreñido.
- 'Gezellig' bestaat niet als één woord. Kies per situatie: acogedor (een ruimte), agradable (een avond), majo (een persoon).
- 'Succes' als wens is ¡Suerte!
Woordenlijst
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| Es correcto. / Tienes razón. / Así es. | Dat klopt. |
| Da igual. / No importa. | Het maakt niet uit. |
| Tengo ganas de… / Me apetece… | Ik heb zin in… |
| Doy por hecho que… / Supongo que… | Ik ga ervan uit dat… |
| Adelante. / Venga, hazlo. | Doe maar. |
| No es para tanto. / No está tan mal. | Het valt mee. |
| ¡Qué buena idea! / Me apunto. | Dat lijkt me leuk. |
| Tengo curiosidad. / Ya veremos. | Ik ben benieuwd. |
| ¡Qué bien lo hemos pasado! / ¡Qué buen ambiente! | Gezellig! |
| ¡Suerte! / ¡Mucha suerte! | Succes! |