Spaans A1 · Beginner · unit 7

De compras

In deze unit: bijvoeglijke naamwoorden, aanwijzende voornaamwoorden, prijzen en grotere getallen, In de winkel. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.

Grammatica 1: bijvoeglijke naamwoorden

Een bijvoeglijk naamwoord staat in het Spaans meestal achter het zelfstandig naamwoord en past zich aan in geslacht en getal.

Eindigt opmannelijkvrouwelijkmeervoud
-oun jersey negrouna camisa negranegros / negras
-eun pantalón verdeuna falda verdeverdes
medeklinkerun abrigo azuluna chaqueta azulazules
nationaliteitun chico españoluna chica españolaespañoles / españolas

Rosa en naranja veranderen bij de meeste sprekers niet: unas zapatillas rosa. Een gemengde groep krijgt de mannelijke vorm: la camisa y el pantalón son blancos.

Grammatica 2: aanwijzende voornaamwoorden

dichtbij (deze, dit)iets verder (die, dat)
mannelijk enkelvoudesteese
vrouwelijk enkelvoudestaesa
mannelijk meervoudestosesos
vrouwelijk meervoudestasesas

Esta camiseta es bonita, pero esa es más barata. Voor iets heel ver weg bestaat ook aquel / aquella.

Grammatica 3: prijzen en grotere getallen

  • ¿Cuánto cuesta? (één ding) – Cuesta veinte euros.
  • ¿Cuánto cuestan? (meer dingen) – Cuestan cuarenta euros.
  • Met centen: 25,50 € = veinticinco euros con cincuenta.
GetalSpaans
100cien
101–199ciento uno, ciento veinte…
200doscientos / doscientas
300trescientos
500quinientos
700setecientos
900novecientos
1.000mil

Cien gebruik je alleen voor precies 100: cien euros, maar ciento cincuenta euros. Honderdtallen passen zich aan: doscientas camisetas.

In de winkel

SituatieWat je zegt
Iets zoekenBusco unas zapatillas negras.
Maat vragen¿Tiene esta camiseta en la talla M?
Andere kleur¿La tiene en azul?
Passen¿Puedo probármela?
KopenMe la llevo. / Me lo llevo.
Betalen¿Puedo pagar con tarjeta?

Let op, Nederlanders

  • 'Een zwarte jas' wordt una chaqueta negra: kleur achter het woord, niet una negra chaqueta.
  • Bij ¿Cuánto cuesta? hoort enkelvoud, bij meervoud cuestan.
  • Me lo llevo (mannelijk ding) of me la llevo (vrouwelijk ding): het voornaamwoord past zich aan aan wat je koopt.

Woordenlijst

SpaansNederlands
la tiendade winkel
la ropade kleding
la camiseta / la camisahet T-shirt / het overhemd
el pantalón, los vaquerosde broek, de spijkerbroek
la falda / el vestidode rok / de jurk
la chaqueta / el abrigode jas, het jasje / de winterjas
el jerseyde trui
los zapatos / las zapatillasde schoenen / de sneakers
las botas de fútbolde voetbalschoenen
la tallade maat
el preciode prijs
la tarjeta / el efectivode pinpas / contant geld
costar (cuesta)kosten
pagarbetalen
comprarkopen
llevardragen, meenemen
largo / cortolang / kort
rojorood
azulblauw
verdegroen
amarillogeel
negrozwart
blancowit