Spaans B1 · Gevorderd · unit 2

Deseos y peticiones

In deze unit: willen dat iemand anders iets doet, ojalá, iemand iets toewensen. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.

Grammatica 1: willen dat iemand anders iets doet

Is het dezelfde persoon die wil en die doet, dan volgt een infinitief. Is het een andere persoon, dan volgt que + subjuntivo.

Zelfde persoon: infinitiefAndere persoon: que + subjuntivo
Quiero jugar mañana.Quiero que juegues mañana.
Espero aprobar el examen.Espero que apruebes el examen.
Prefiero quedarme en casa.Prefiero que te quedes en casa.
Necesito descansar.Necesito que me ayudes.

Werkwoorden die zo werken: querer, preferir, esperar, desear, necesitar, pedir, decir (als opdracht), permitir, prohibir, exigir.

Let op bij decir: als mededeling volgt indicativo, als opdracht subjuntivo.

  • Me dice que está cansado. (Hij zegt dat hij moe is.)
  • Me dice que descanse. (Hij zegt dat ik moet rusten.)

Grammatica 2: ojalá

Ojalá (uit het Arabisch: 'als God het wil') betekent 'hopelijk' en wordt altijd gevolgd door de subjuntivo. Que mag erachter, hoeft niet.

  • ¡Ojalá gane mi equipo! (Hopelijk wint mijn team!)
  • Ojalá que no llueva mañana. (Hopelijk regent het morgen niet.)

Grammatica 3: iemand iets toewensen

In het Spaans wens je iemand iets met que + subjuntivo, zonder werkwoord ervoor.

SpaansNederlands
¡Que tengas suerte!Veel succes!
¡Que te diviertas!Veel plezier!
¡Que te mejores!Beterschap!
¡Que descanses!Slaap lekker! Rust goed uit!
¡Que lo pases bien!Heb het leuk!
¡Que cumplas muchos más!Nog vele jaren! (verjaardag)
¡Que aproveche!Eet smakelijk!

Let op, Nederlanders

  • 'Ik wil dat jij komt' is Quiero que vengas, niet Quiero tú venir en niet Quiero que vienes.
  • 'Ik hoop te winnen' = Espero ganar (zelfde persoon), maar 'ik hoop dat we winnen' = Espero que ganemos.
  • Esperar betekent zowel 'hopen' als 'wachten': Te espero aquí (ik wacht hier op je).

Woordenlijst

SpaansNederlands
el deseode wens
desearwensen
esperarhopen, wachten
ojaláhopelijk, was het maar zo
la peticiónhet verzoek
pedir (pido)vragen om
necesitarnodig hebben
permitir / dejartoestaan / laten
exigireisen
la suertehet geluk (toeval)
el éxitohet succes
cumplir añosjarig zijn
mejorarsebeter worden
divertirse (me divierto)zich vermaken
el compañero de equipode teamgenoot
la becade beurs (studie)
la pruebade test, de proeftraining
conseguirbereiken, krijgen