Spaans B1 · Gevorderd · unit 1

Opiniones

In deze unit: de subjuntivo presente maken, mening en twijfel, Reageren op een mening. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.

Grammatica 1: de subjuntivo presente maken

Neem de yo-vorm van de tegenwoordige tijd, haal de -o weg en gebruik de 'omgekeerde' klinker: -ar krijgt e, -er en -ir krijgen a.

Persoonhablar (hablo)comer (como)vivir (vivo)
yohablecomaviva
túhablescomasvivas
él / ella / ustedhablecomaviva
nosotroshablemoscomamosvivamos
vosotroshabléiscomáisviváis
ellos / ellas / ustedeshablencomanvivan

Omdat je van de yo-vorm uitgaat, gaan veel 'onregelmatige' werkwoorden vanzelf goed:

Infinitiefyo-vormsubjuntivo
tenertengotenga, tengas…
hacerhagohaga
decirdigodiga
salirsalgosalga
ponerpongoponga
venirvengovenga
conocerconozcoconozca
oíroigooiga

Stamveranderaars houden hun laars: quiera, quieras, quiera, queramos, queráis, quieran. Bij -ir-werkwoorden verandert nosotros/vosotros ook een beetje: dormir → durmamos, pedir → pidamos, preferir → prefiramos.

Spelling: jugar → juegue, llegar → llegue, buscar → busque, empezar → empiece, coger → coja.

Zes echt onregelmatige werkwoorden:

serestarirsaberhaberdar
seaestévayasepahayadé
seasestésvayassepashayasdes
seaestévayasepahayadé
seamosestemosvayamossepamoshayamosdemos
seáisestéisvayáissepáishayáisdeis
seanesténvayansepanhayanden

Grammatica 2: mening en twijfel

Ben je zeker van je mening, dan gebruik je de gewone tegenwoordige tijd (indicativo). Ontken je of twijfel je, dan volgt de subjuntivo.

Indicativo (zeker)Subjuntivo (ontkenning, twijfel, mogelijkheid)
Creo que tiene razón.No creo que tenga razón.
Pienso que es una buena idea.No pienso que sea una buena idea.
Me parece que llueve.No me parece que llueva.
Es verdad que trabaja mucho.No es verdad que trabaje mucho.
Estoy seguro de que viene.Dudo que venga. / Es posible que venga.

Ezelsbruggetje: na que volgt subjuntivo als de spreker niet beweert dat iets echt zo is.

Reageren op een mening

SpaansNederlands
Estoy (totalmente) de acuerdo contigo.Ik ben het (helemaal) met je eens.
No estoy de acuerdo.Ik ben het er niet mee eens.
Tienes razón, pero…Je hebt gelijk, maar…
Yo no lo veo así.Ik zie het anders.
Depende de…Het hangt af van…
Por un lado…, por otro lado…Aan de ene kant…, aan de andere kant…

Let op, Nederlanders

  • Het Nederlands heeft geen subjuntivo, dus je hoort niet 'vanzelf' wanneer hij nodig is. Leer de triggers als vaste combinaties: no creo que + subj.
  • Creo que + subjuntivo is fout: Creo que sea verdad. Wel: Creo que es verdad.
  • Estar de acuerdo gebruikt altijd estar: Soy de acuerdo bestaat niet.

Woordenlijst

SpaansNederlands
la opiniónde mening
en mi opinión / para mívolgens mij
creer / pensar (pienso)geloven, denken
me parece quehet lijkt me dat
dudartwijfelen
estar de acuerdo (con)het eens zijn (met)
tener razóngelijk hebben
dependehet hangt ervan af
las redes socialesde sociale media
la pantallahet scherm
el móvil / el teléfono inteligentede smartphone
la ventaja / la desventajahet voordeel / het nadeel
la adicciónde verslaving
la privacidadde privacy
útil / perjudicialnuttig / schadelijk
la juventudde jeugd, jongeren
prohibirverbieden
es verdad quehet is waar dat
es posible quehet is mogelijk dat