Spaans B1 · Gevorderd · unit 3

Sentimientos

In deze unit: gevoel over iets of iemand, oordelen met es + bijvoeglijk naamwoord. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.

Grammatica 1: gevoel over iets of iemand

Na een werkwoord of uitdrukking van gevoel volgt que + subjuntivo als het gevoel over een andere persoon of situatie gaat. Gaat het over jezelf, dan volgt een infinitief.

Zelfde persoon: infinitiefAndere persoon: que + subjuntivo
Me alegra estar aquí.Me alegra que estés aquí.
Me molesta llegar tarde.Me molesta que llegues tarde.
Me da miedo perder.Me da miedo que perdamos.
Siento no poder venir.Siento que no puedas venir.

Zo werken ook: me encanta que, me gusta que, me preocupa que, me sorprende que, me da pena que, me pone nervioso que, estoy contento de que.

Me gusta que me llames = ik vind het fijn dat je me belt. Het werkwoord gustar past zich nu aan aan de hele zin, dus altijd gusta.

Grammatica 2: oordelen met es + bijvoeglijk naamwoord

Algemeen: infinitiefOver iemand: que + subjuntivo
Es importante dormir bien.Es importante que duermas bien.
Es necesario entrenar.Es necesario que entrenemos más.
Es normal estar nervioso.Es normal que estés nervioso.
Es una pena perder así.Es una pena que perdamos así.

Ook: es mejor, es raro, es lógico, es increíble, es fundamental, es posible, es imposible, es fácil, es difícil que.

Uitzondering: uitdrukkingen die zekerheid geven, krijgen indicativo: Es verdad que, Es cierto que, Es obvio que, Está claro que + indicativo. Está claro que es el mejor jugador. Ontken je ze, dan wordt het subjuntivo: No está claro que sea el mejor.

Let op, Nederlanders

  • Echar de menos = missen (heimwee): Echo de menos a mi familia. Perder is missen van een trein of een kans.
  • Lo siento = sorry. Siento que… + subjuntivo = het spijt me dat…
  • In het Nederlands zeg je 'het is belangrijk dat je slaapt' met een gewone vorm; in het Spaans moet hier de subjuntivo: que duermas.

Woordenlijst

SpaansNederlands
alegrarse / me alegra queblij zijn / ik ben blij dat
molestar / me molesta questoren / het stoort me dat
preocupar / me preocupa quezorgen baren / ik maak me zorgen dat
me da miedo queik ben bang dat
me da pena queik vind het jammer dat
sorprenderverbazen
sentir (siento) quehet spijt me dat
echar de menosmissen (iemand, iets)
la nostalgiahet heimwee
adaptarsezich aanpassen
la costumbrede gewoonte
el idioma extranjerode vreemde taal
sentirse solo / solazich eenzaam voelen
acostumbrarse awennen aan
apoyarsteunen
el apoyode steun
orgulloso / orgullosatrots
es una penahet is jammer
es rarohet is vreemd
es lógicohet is logisch