Spaans C2 · Meester · unit 7
Figuras retóricas
In deze unit: Taalgebruik 1: stijlfiguren, Taalgebruik 2: opbouw van een toespraak, Taalgebruik 3: spreken voor publiek. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.
Taalgebruik 1: stijlfiguren
| Stijlfiguur | Wat het is | Voorbeeld |
|---|---|---|
| metáfora | iets benoemen als iets anders | El estadio era una olla a presión. |
| comparación (símil) | vergelijking met como | Corría como el viento. |
| hipérbole | overdrijving | Te lo he dicho mil veces. |
| personificación | iets levenloos krijgt menselijke eigenschappen | El balón se negaba a entrar. |
| anáfora | herhaling aan het begin van zinnen | Jugamos por nuestra ciudad. Jugamos por nuestras familias. Jugamos por nosotros. |
| antítesis | tegenstelling | Unos lloraban de alegría; otros, de rabia. |
| pregunta retórica | vraag zonder antwoord | ¿Quién no ha soñado alguna vez con jugar una final? |
| enumeración / gradación | opsomming, vaak opbouwend | Sudor, lágrimas, sacrificio y, al final, gloria. |
| tricolon (regla de tres) | drie delen | Llegamos, luchamos y ganamos. |
| eufemismo | verzachtend woord | Ha pasado a mejor vida (= ha muerto). |
| ironía | het tegendeel zeggen (C1 Unit 10) | ¡Qué partidazo! (na een saaie 0-0) |
Taalgebruik 2: opbouw van een toespraak
1. Openen met een haak: een vraag, een anekdote, een verrassend feit. ¿Sabéis cuántos de vosotros estabais aquí hace diez años?
2. Eén kernboodschap: wat moet het publiek onthouden?
3. Drie argumenten of beelden, met stijlfiguren.
4. Emotie en verbinding: spreek het publiek direct aan (vosotros, nosotros).
5. Afsluiten met een oproep: ¡Salgamos y demostrémoslo!
Taalgebruik 3: spreken voor publiek
| Tip | Uitleg |
|---|---|
| pausas | Een stilte na een belangrijke zin maakt hem sterker. |
| ritmo | Wissel korte en lange zinnen af. |
| nosotros | Gebruik nosotros om eenheid te creëren. |
| imperativo de nosotros | Luchemos, creamos, sigamos. |
| cierre circular | Eindig met een verwijzing naar je opening. |
Let op, Nederlanders
- Spaanse toespraken zijn vaak emotioneler en plechtiger dan Nederlandse. Wat in het Nederlands overdreven klinkt, werkt in het Spaans vaak goed.
- Gebruik niet te veel stijlfiguren tegelijk: één sterk beeld per alinea is genoeg.
- Spreekwoorden (C1 Unit 10) passen goed in een toespraak, maar niet als opening.