Spaans B1 · Gevorderd · unit 7

Me gustaría

In deze unit: de vorm van het condicional, drie toepassingen, si + tegenwoordige tijd. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.

Grammatica 1: de vorm van het condicional

Net als het futuro plak je de uitgang aan de hele infinitief. De uitgangen zijn die van het imperfecto van -er/-ir.

PersoonUitganghablarvivir
yo-íahablaríaviviría
tú-íashablaríasvivirías
él / ella / usted-íahablaríaviviría
nosotros-íamoshablaríamosviviríamos
vosotros-íaishablaríaisviviríais
ellos / ellas / ustedes-íanhablaríanvivirían

De onregelmatige stammen zijn dezelfde als bij het futuro: tendr-, podr-, saldr-, vendr-, pondr-, har-, dir-, querr-, sabr-, habr-. Dus: tendría, podría, haría, diría, habría.

Grammatica 2: drie toepassingen

1. Beleefdheid

  • ¿Podrías ayudarme? (Zou je me kunnen helpen?)
  • ¿Le importaría cerrar la ventana? (Zou u het raam willen sluiten?)
  • Me gustaría hablar con el director.

2. Advies

  • Deberías descansar más.
  • Yo que tú, aceptaría la oferta.
  • Yo en tu lugar, no firmaría todavía.

3. Wensen en hypotheses

  • Me encantaría vivir en Barcelona.
  • ¿Qué harías tú en mi situación?
  • Con más tiempo, aprendería otro idioma.

Grammatica 3: si + tegenwoordige tijd

Voor een echte, mogelijke voorwaarde gebruik je si + tegenwoordige tijd. In de hoofdzin staat tegenwoordige tijd, futuro of gebiedende wijs.

si + presentehoofdzinVoorbeeld
Si llueve,presenteSi llueve, entrenamos dentro.
Si me ofrecen un contrato,futuroSi me ofrecen un contrato, lo firmaré.
Si tienes tiempo,gebiedende wijsSi tienes tiempo, llámame.

Na si in deze betekenis komt nooit futuro of subjuntivo presente: si lloverá en si llueva zijn fout. Onwaarschijnlijke voorwaarden ('als ik rijk was') leer je op B2.

Let op, Nederlanders

  • 'Zou' is in het Spaans geen apart woord: 'ik zou gaan' = iría.
  • 'Je moet' als advies klinkt in het Spaans streng (tienes que). Met deberías klink je vriendelijker.
  • Si (als) heeft geen accent, sí (ja) wel.

Woordenlijst

SpaansNederlands
me gustaríaik zou graag willen
¿Podrías…? / ¿Podría…?Zou je… kunnen? / Zou u… kunnen?
¿Te importaría…?Zou je het erg vinden om…?
deberíasje zou moeten
yo que tú / yo en tu lugarals ik jou was
el consejohet advies
la ofertahet aanbod
aceptar / rechazaraccepteren / afwijzen
arriesgarseeen risico nemen
la oportunidadde kans
el riesgohet risico
el agente / el representantede zaakwaarnemer
negociaronderhandelen
la cláusulade clausule
el minuto de juegode speelminuut
valorarwaarderen, afwegen
la decisiónde beslissing
tomar una decisióneen beslissing nemen
merecer la penade moeite waard zijn
sials (voorwaarde)