Spaans B1 · Gevorderd · unit 6

Ya había empezado

In deze unit: de vorm, wanneer gebruik je het?, al + infinitief, antes de, después de, Overzicht: vier verleden tijden in één verhaal. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.

Grammatica 1: de vorm

De voltooid verleden tijd (pretérito pluscuamperfecto) maak je met het imperfecto van haber + voltooid deelwoord. Het is het Nederlandse 'ik had gegeten'.

Persoonhaber+ deelwoord
yohabíasalido
túhabíassalido
él / ella / ustedhabíasalido
nosotroshabíamossalido
vosotroshabíaissalido
ellos / ellas / ustedeshabíansalido

De onregelmatige deelwoorden ken je uit A2: hecho, dicho, visto, escrito, puesto, vuelto, abierto, roto.

Grammatica 2: wanneer gebruik je het?

Voor een handeling die vóór een ander moment in het verleden al was gebeurd.

  • Cuando llegué a la estación, el tren ya había salido. (Eerst vertrok de trein, toen kwam ik.)
  • No sabía que habías vuelto. (Ik wist niet dat je terug was gekomen.)
  • Nunca antes había visto un estadio tan grande. (Ik had nog nooit eerder…)

Vergelijk:

  • Cuando llegué, empezó el partido. (Ik kwam aan en toen begon het.)
  • Cuando llegué, había empezado el partido. (Het was al begonnen toen ik aankwam.)

Grammatica 3: al + infinitief, antes de, después de

  • Al llegar al hotel, me di cuenta de que había olvidado el pasaporte. (Toen ik bij het hotel aankwam…)
  • Antes de salir, cierra la puerta.
  • Después de cenar, vimos una película.

Overzicht: vier verleden tijden in één verhaal

TijdFunctieVoorbeeld
imperfectodecor, beschrijvingHacía calor y estaba cansado.
indefinidogebeurtenisDe repente sonó el teléfono.
pluscuamperfectowat daarvóór al was gebeurdMi madre ya me había avisado.
perfectoverband met nuDesde entonces nunca he vuelto a llegar tarde.

Let op, Nederlanders

  • Ook hier: altijd haber. 'Ik was al vertrokken' = ya había salido, niet ya era salido.
  • Había is ook 'er was'. In había mucha gente is het geen voltooide tijd.
  • Darse cuenta de que = beseffen dat. Realizar betekent 'uitvoeren', niet 'beseffen'.

Woordenlijst

SpaansNederlands
yaal
todavía no / aún nonog niet
nunca antesnooit eerder
antes de + infinitiefvoordat
después de + infinitiefnadat
al + infinitieftoen, bij het
a los pocos minutosna een paar minuten
esa misma nochediezelfde avond
darse cuenta debeseffen, merken
olvidarse devergeten
equivocarsezich vergissen
perderse (me pierdo)verdwalen
el malentendidohet misverstand
la anécdotade anekdote
sorprenderseverbaasd zijn
el aeropuerto / la puerta de embarquehet vliegveld / de gate
despegar / aterrizaropstijgen / landen
el equipajede bagage
reírse (me río)lachen
menos malgelukkig maar