Spaans B1 · Gevorderd · unit 5

Cuando llegue

In deze unit: cuando + subjuntivo, para que, aunque. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.

Grammatica 1: cuando + subjuntivo

Gaat de zin over de toekomst, dan volgt na cuando de subjuntivo. Gaat het over een gewoonte of het verleden, dan de indicativo.

Toekomst: subjuntivoGewoonte of verleden: indicativo
Cuando llegue a casa, te llamo.Cuando llego a casa, siempre como algo.
Cuando tenga dinero, viajaré.Cuando tenía dinero, viajaba mucho.
Cuando sea mayor, viviré en España.Cuando era pequeño, vivía en una granja.

Let op: in de hoofdzin staat de toekomst (futuro, ir a, gebiedende wijs of tegenwoordige tijd). In de bijzin met cuando staat nooit het futuro: cuando llegaré is fout.

Zo werken ook: en cuanto, tan pronto como, hasta que, después de que, mientras.

  • En cuanto termine el partido, me ducho.
  • No me voy hasta que me pagues.
  • Mientras tenga salud, seguiré jugando.

Antes de que krijgt altijd subjuntivo: Llámame antes de que salgas.

Grammatica 2: para que

Zelfde persoon: para + infinitiefAndere persoon: para que + subjuntivo
Ahorro para comprar un coche.Ahorro para que mis hijos puedan estudiar.
Entreno para estar en forma.El entrenador grita para que le oigamos.

Grammatica 3: aunque

aunque + indicativo: feitaunque + subjuntivo: mogelijkheid of 'ook al'
Aunque llueve, vamos a entrenar. (Het regent nu.)Aunque llueva, vamos a entrenar. (Ook als het gaat regenen.)
Aunque es caro, lo compro. (Ik weet dat het duur is.)Aunque sea caro, lo compro. (Wat het ook kost.)

Let op, Nederlanders

  • 'Als ik klaar ben, bel ik je' = Cuando termine, te llamo. Het Nederlandse 'als' kan ook 'si' zijn (voorwaarde, Unit 7). Gaat het over iets dat zeker gebeurt, gebruik cuando.
  • Na cuando als vraagwoord (¿Cuándo vienes?) gebruik je gewoon indicativo, met accent.
  • Para que yo pueda als jij zelf het doet is fout: Ahorro para poder viajar.

Woordenlijst

SpaansNederlands
cuandoals, wanneer, toen
en cuanto / tan pronto comozodra
hasta quetotdat
antes de quevoordat
después de quenadat
mientraszolang, terwijl
para quezodat, opdat
aunquehoewel, ook al
terminar los estudiosje studie afmaken
graduarseafstuderen
mudarseverhuizen
independizarseop jezelf gaan wonen
el piso compartidohet studentenhuis
retirarsestoppen (met sport), met pensioen gaan
la jubilaciónhet pensioen
el ahorrohet spaargeld
invertir (invierto)beleggen, investeren
montar un negocioeen bedrijf opzetten
la etapade fase