Spaans B2 · Zelfstandig · unit 1

Quería que…

In deze unit: de vorm, wanneer?, ojalá en quisiera. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.

Grammatica 1: de vorm

Neem de ellos-vorm van het indefinido, haal -ron weg en zet er de nieuwe uitgang achter. Omdat het indefinido veel onregelmatige vormen heeft, gaan die hier vanzelf goed.

PersoonUitganghablar (hablaron)tener (tuvieron)ser/ir (fueron)
yo-rahablaratuvierafuera
tú-rashablarastuvierasfueras
él / ella / usted-rahablaratuvierafuera
nosotros-ramoshabláramostuviéramosfuéramos
vosotros-raishablaraistuvieraisfuerais
ellos / ellas / ustedes-ranhablarantuvieranfueran

Let op het accent bij nosotros: habláramos, comiéramos.

Infinitiefellos indefinidoimperfecto de subjuntivo
hacerhicieronhiciera
decirdijerondijera
poderpudieronpudiera
estarestuvieronestuviera
quererquisieronquisiera
venirvinieronviniera
dormirdurmierondurmiera
pedirpidieronpidiera
leerleyeronleyera
dardierondiera

Andere vorm: er bestaat ook een vorm op -se: hablase, tuviese, fuese. Die betekent hetzelfde en hoor je vooral in Spanje en in geschreven taal. Herkennen is genoeg; gebruik zelf de vorm op -ra.

Grammatica 2: wanneer?

Dezelfde triggers als bij B1 (wensen, gevoelens, twijfel, oordelen, para que, antes de que…), maar nu staat de hoofdzin in de verleden tijd of het condicional.

Hoofdzin nuHoofdzin verleden of condicional
Quiero que vengas.Quería que vinieras.
Me alegra que ganes.Me alegró que ganaras.
Es importante que duermas.Era importante que durmieras.
No creo que sea verdad.No creía que fuera verdad.
Te lo digo para que lo sepas.Te lo dije para que lo supieras.
—Me gustaría que vinieras.

Grammatica 3: ojalá en quisiera

  • Ojalá + subjuntivo presente = het kan echt gebeuren: Ojalá gane mañana.
  • Ojalá + imperfecto de subjuntivo = onwaarschijnlijk of onmogelijk: Ojalá tuviera más tiempo. (Had ik maar meer tijd.)
  • Quisiera is extra beleefd: Quisiera hacerle una pregunta. (Ik zou u graag iets willen vragen.)

Let op, Nederlanders

  • Kijk naar het werkwoord in de hoofdzin: staat dat in de verleden tijd of het condicional, dan volgt bijna altijd de imperfecto de subjuntivo.
  • Me gustaría que vengas hoor je soms, maar correct is Me gustaría que vinieras.
  • Het accent bij nosotros is verplicht: fuéramos, tuviéramos.

Woordenlijst

SpaansNederlands
la infanciade jeugd (kindertijd)
la adolescenciade puberteit, tienertijd
exigenteveeleisend
estricto / estrictastreng
insistir en queerop aandringen dat
aconsejar queaanraden dat
recomendar (recomiendo) queaanbevelen dat
impedir (impido) queverhinderen dat
obligar adwingen tot
el sacrificiode opoffering
la disciplinade discipline
la academia (de fútbol)de jeugdopleiding
la canterade jeugdopleiding (Spaans voetbal)
el ojeadorde scout
apostar porinzetten op, geloven in
arrepentirse (me arrepiento)spijt hebben
agradecerdankbaar zijn
quisieraik zou willen (beleefd)