Spaans A2 · Basis · unit 7

De viaje

In deze unit: lijdend voorwerp (lo, la, los, las), waar staat het voornaamwoord?, de persoonlijke a, Op reis: handige zinnen. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.

Grammatica 1: lijdend voorwerp (lo, la, los, las)

Het lijdend voorwerp is het ding of de persoon waar de handeling op gericht is. In plaats van het woord te herhalen gebruik je een voornaamwoord.

Persoon of dingVoornaamwoordVoorbeeld
mijme¿Me ves?
jouteTe llamo mañana.
hem, het (mannelijk), u (m.)lo¿El pasaporte? Lo tengo.
haar, het (vrouwelijk), u (v.)la¿La llave? La tiene mi madre.
onsnosNos invitan a la fiesta.
jullieosOs veo mañana.
hen, ze (mannelijk)los¿Los billetes? Los compro online.
hen, ze (vrouwelijk)las¿Las maletas? Las llevo yo.

Grammatica 2: waar staat het voornaamwoord?

  • Vóór het vervoegde werkwoord: Lo compro. No la veo. Lo he reservado.
  • Vast aan een infinitief of gerundio, of vóór het vervoegde werkwoord, allebei goed: Voy a reservarlo = Lo voy a reservar. Estoy buscándola = La estoy buscando.
  • Neutraal lo voor een idee of hele zin: No lo sé. (Ik weet het niet.) ¿Lo entiendes?

Grammatica 3: de persoonlijke a

Als het lijdend voorwerp een persoon is, zet je er a voor: Veo a mi hermano. Conozco a Laura. Bij dingen niet: Veo el autobús. Met voornaamwoord: Lo veo. La conozco.

Op reis: handige zinnen

SituatieWat je zegt
Hotel boekenQuería reservar una habitación doble para dos noches.
IncheckenTengo una reserva a nombre de Van der Berg.
Iets vragen¿El desayuno está incluido?
Probleem meldenEl aire acondicionado no funciona.
Iets vragen om te brengen¿Me puede traer otra toalla, por favor?
Kaartje kopenUn billete de ida y vuelta a Sevilla, por favor.
Naar perron vragen¿De qué andén sale el tren?

Quería (letterlijk 'ik wilde') is een beleefde manier om iets te vragen, net als 'ik zou graag' in het Nederlands.

Let op, Nederlanders

  • Het voornaamwoord staat vóór het werkwoord, niet erachter: Lo veo, niet Veo lo.
  • Vergeet de persoonlijke a niet: Busco a mi madre.
  • 'Het' kan lo of la zijn, afhankelijk van het geslacht van het woord: ¿La maleta? La tengo.

Woordenlijst

SpaansNederlands
reservarreserveren, boeken
la habitación individual / doblede eenpersoons- / tweepersoonskamer
la recepciónde receptie
la llavede sleutel
el desayuno incluidoontbijt inbegrepen
el billete / el boletohet kaartje (Spanje / Latijns-Amerika)
de ida / de ida y vueltaenkele reis / retour
el vuelode vlucht
el pasaportehet paspoort
la maletade koffer
facturar la maletade koffer inchecken
el andénhet perron
el retrasode vertraging
alquilarhuren
funcionarwerken (apparaat)
el aire acondicionadode airco
la toallade handdoek
la quejade klacht
traer (traigo)brengen
llevarmeenemen, brengen