Spaans A2 · Basis · unit 6

Comparar

In deze unit: meer, minder, even, onregelmatige vergelijkingen, de overtreffende trap. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.

Grammatica 1: meer, minder, even

WatVormVoorbeeld
meer … danmás + bijv. nw. + queMadrid es más grande que Valencia.
minder … danmenos + bijv. nw. + queEl tren es menos caro que el avión.
even … alstan + bijv. nw. + comoLucas es tan alto como su padre.
evenveel … alstanto/a/os/as + zelfst. nw. + comoTengo tantos libros como tú.
net zoveel als (werkwoord)werkwoord + tanto comoEntreno tanto como él.

Het bijvoeglijk naamwoord past zich nog steeds aan: Mi hermana es más alta que yo. Bij tanto past de vorm zich aan aan het zelfstandig naamwoord: tanta agua, tantos partidos, tantas horas.

Grammatica 2: onregelmatige vergelijkingen

BasisVergelijkingVoorbeeld
bueno (goed)mejor (beter)Este equipo es mejor que el otro.
malo (slecht)peor (slechter)El tiempo hoy es peor que ayer.
grande (leeftijd: oud)mayor (ouder)Mi hermano es mayor que yo.
pequeño (leeftijd: jong)menor (jonger)Soy menor que mi hermana.

Niet más bueno of más malo, maar mejor en peor. Voor grootte gebruik je wel gewoon más grande en más pequeño.

Grammatica 3: de overtreffende trap

  • de meest …: el / la / los / las + más + bijv. nw. (+ de): Es el jugador más rápido del equipo. Son las ciudades más bonitas de España.
  • de beste / slechtste: el mejor, la peor: Es el mejor día de mi vida.
  • heel erg …: plak -ísimo aan het bijvoeglijk naamwoord: alto → altísimo, rápido → rapidísimo, bueno → buenísimo. Spelling: rico → riquísimo, largo → larguísimo.

Let op, Nederlanders

  • 'Dan' bij een vergelijking is que, niet como: más alto que yo.
  • 'Groter dan ik' is más grande que yo, niet que mí.
  • 'De beste speler van het team' = del equipo, niet en el equipo.

Woordenlijst

SpaansNederlands
rápido / lentosnel / langzaam
fuerte / débilsterk / zwak
alto / bajolang, hoog / klein, laag
joven / viejojong / oud
fácil / difícilmakkelijk / moeilijk
cómodo / incómodocomfortabel / oncomfortabel
moderno / antiguomodern / oud, antiek
peligroso / segurogevaarlijk / veilig
ruidoso / tranquilolawaaierig / rustig
caluroso / fríowarm / koud (klimaat)
el climahet klimaat
el habitantede inwoner
la ligade competitie
el jugador / la jugadorade speler
la temporadahet seizoen
el sueldohet salaris
el nivelhet niveau
la vidahet leven