Spaans C2 · Meester · unit 1

Los mil usos de se

In deze unit: acht functies van se, het onbedoelde se, het aspectuele se, betekenisverschil door se. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.

Grammatica 1: acht functies van se

FunctieBetekenisVoorbeeld
1. wederkerendzichzelfSe mira en el espejo.
2. wederkerigelkaarSe escriben todos los días.
3. vervanging van le/lesaan hem/haar¿El balón? Se lo di a Pedro.
4. vast wederkerend werkwoordgeen eigen betekenisSe queja de todo. Se arrepintió.
5. onpersoonlijkmenSe trabaja mucho aquí.
6. lijdende vormwordt/wordenSe alquilan habitaciones.
7. aspectueel (nadruk, volledigheid)helemaal, opSe comió toda la pizza.
8. onbedoeldper ongelukSe me cayó el vaso.

Grammatica 2: het onbedoelde se

Met se + meewerkend voornaamwoord + werkwoord zeg je dat iets je 'overkwam'. De schuld ligt minder bij jou. Het werkwoord past zich aan aan het ding, niet aan de persoon.

StructuurVoorbeeldNederlands
se + me + werkwoord + dingSe me olvidó la cartera.Ik ben mijn portemonnee vergeten.
Se me olvidaron las llaves.Ik ben mijn sleutels vergeten.
se + te¿Se te ha roto el móvil?Is je telefoon kapotgegaan?
se + leSe le cayeron los papeles.Hij liet de papieren vallen.
se + nosSe nos acabó la leche.De melk is op.
se + lesSe les ocurrió una idea.Ze kwamen op een idee.

Vergelijk: Rompí el vaso (ik heb het gebroken, bewust of als feit) en Se me rompió el vaso (het is me overkomen).

Grammatica 3: het aspectuele se

Bij sommige werkwoorden voegt se nadruk toe op het volledige of persoonlijke karakter van de handeling. De betekenis blijft bijna hetzelfde, maar de nuance verandert.

Zonder seMet seNuance
Comí pizza.Me comí la pizza entera.helemaal op
Bebió agua.Se bebió dos litros.alles, in één keer
Leí el libro.Me leí el libro en un día.van begin tot eind, met nadruk
Sé la lección.Me sé la lección de memoria.uit het hoofd
No creo eso.No me lo creo.ik geloof het écht niet

Grammatica 4: betekenisverschil door se

Zonder seMet se
ir (gaan)irse (weggaan)
dormir (slapen)dormirse (in slaap vallen, zich verslapen)
morir (sterven, neutraal)morirse (sterven, persoonlijker; ook figuurlijk: me muero de hambre)
llevar (dragen, brengen)llevarse (meenemen; llevarse bien = goed met elkaar overweg kunnen)
parecer (lijken, schijnen)parecerse a (lijken op)
quedar (afspreken, over zijn)quedarse (blijven)
negar (ontkennen)negarse a (weigeren)

Se gebruik je alleen met lidwoord of bepaalde hoeveelheid: Me comí la pizza, maar niet Me comí pizza.

Let op, Nederlanders

  • 'Ik ben mijn sleutels vergeten' klinkt natuurlijker als Se me olvidaron las llaves dan als Olvidé las llaves.
  • Bij het onbedoelde se is het ding het onderwerp: se me olvidaron las llaves (meervoud).
  • Me voy (ik ga weg) en voy (ik ga) zijn niet uitwisselbaar: Me voy a casa = ik ga naar huis (weg van hier).