Spaans C1 · Vloeiend · unit 10

Refranes y registro

In deze unit: Spreekwoorden, Taalgebruik 1: journalistieke taal, Taalgebruik 2: ironie. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.

Spreekwoorden

SpaansNederlandse tegenhanger
Más vale tarde que nunca.Beter laat dan nooit.
No hay mal que por bien no venga.Elk nadeel heeft zijn voordeel.
A quien madruga, Dios le ayuda.De morgenstond heeft goud in de mond.
Más vale pájaro en mano que ciento volando.Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht.
El que la sigue la consigue.De aanhouder wint.
Agua pasada no mueve molino.Gedane zaken nemen geen keer.
Perro ladrador, poco mordedor.Blaffende honden bijten niet.
Ojos que no ven, corazón que no siente.Wat niet weet, wat niet deert.
A caballo regalado no le mires el diente.Een gegeven paard moet je niet in de bek kijken.
En casa de herrero, cuchillo de palo.De schoenmakerskinderen lopen op blote voeten.
Dime con quién andas y te diré quién eres.Zeg me met wie je omgaat en ik zeg je wie je bent.
Quien mucho abarca, poco aprieta.Wie te veel tegelijk wil, doet niets goed.

Spanjaarden noemen een spreekwoord vaak maar half, omdat iedereen het kent: Bueno, ya sabes: a caballo regalado…

Taalgebruik 1: journalistieke taal

KenmerkVoorbeeld
Krantenkop in de tegenwoordige tijd, ook voor het verledenEl Betis gana la Copa veinte años después.
Kop met deelwoord, zonder werkwoordDetenido un hombre por robar en el estadio.
Kop met infinitief voor de toekomstLa UEFA, a punto de cambiar el formato de la Champions.
Werkwoorden om citaten in te leidenafirmar, declarar, señalar, subrayar, advertir, reconocer, desmentir, asegurar
Afstand tot de bronsegún fuentes del club, al parecer, presuntamente
Condicional van geruchtEl club estaría negociando con el jugador. (Naar verluidt onderhandelt de club…)

Het condicional periodístico laat zien dat de krant de informatie niet zelf heeft bevestigd. Lees zo'n zin dus als een gerucht.

Taalgebruik 2: ironie

Ironie zeg je het tegenovergestelde van wat je bedoelt, vaak met overdreven positieve woorden en een bepaalde toon:

  • ¡Qué bien! Otra vez lloviendo. (Ik vind het helemaal niet leuk.)
  • Muy listo, tú. (Dat was niet slim.)
  • ¡Menudo partido! kan 'wat een geweldige wedstrijd' of 'wat een slechte wedstrijd' betekenen. Toon en context beslissen.
  • Lo que faltaba. (Dat kon er ook nog wel bij.)

Let op, Nederlanders

  • Spreekwoorden vertaal je nooit letterlijk. 'De aanhouder wint' wordt El que la sigue la consigue.
  • Het condicional in een krantenbericht betekent niet 'zou willen', maar 'naar verluidt'.
  • Gebruik spreekwoorden met mate. Eén goed geplaatst spreekwoord maakt indruk; vijf achter elkaar klinkt onnatuurlijk.