Spaans B1 · Gevorderd · unit 9

La persona que…

In deze unit: que, quien, donde, el que, la que, los que, las que, lo que, indicativo of subjuntivo in de bijzin. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.

Grammatica 1: que, quien, donde

WoordGebruikVoorbeeld
quedie, dat: voor mensen én dingen (meest gebruikt)El chico que vive aquí es mi primo. El piso que alquilé es pequeño.
quien / quienesvoor personen na een voorzetselEl amigo con quien vivo es español.
dondewaarEl barrio donde vivo es tranquilo.

Grammatica 2: el que, la que, los que, las que

  • Na een voorzetsel (ook voor dingen): La empresa para la que trabajo es alemana. El club en el que juego es pequeño.
  • 'Degene die': El que llega tarde no juega. Los que quieran pueden venir.

Grammatica 3: lo que

Lo que betekent 'wat' (dat wat) en verwijst naar een idee of een hele zin, niet naar één woord.

  • No entiendo lo que dices. (Ik begrijp niet wat je zegt.)
  • Lo que más me gusta de España es la comida.
  • Llegó tarde, lo que molestó al entrenador. (… wat de trainer irriteerde.)

Grammatica 4: indicativo of subjuntivo in de bijzin

Bestaat het ding of de persoon echt en ken je hem, dan indicativo. Zoek je iets wat misschien niet bestaat of nog onbekend is, dan subjuntivo.

Bekend, bestaat: indicativoGezocht, onbekend: subjuntivo
Vivo en un piso que tiene terraza.Busco un piso que tenga terraza.
Conozco a alguien que habla ruso.¿Conoces a alguien que hable ruso?
Hay un bar que abre a las seis.No hay ningún bar que abra a las seis.

Let op, Nederlanders

  • Het Spaans laat que nooit weg. 'Het boek ik lees' kan niet: el libro que leo.
  • 'Wat' aan het begin van een bijzin is lo que, niet que: Haz lo que quieras.
  • Het voorzetsel staat vóór het betrekkelijk voornaamwoord, niet aan het eind zoals in het Engels: la chica con la que hablé.

Woordenlijst

SpaansNederlands
el anunciode advertentie
el alquilerde huur
alquilarhuren
el piso compartidohet gedeelde appartement
el compañero de pisode huisgenoot
amuebladogemeubileerd
luminosolicht
la terrazahet terras, het balkon
el ascensorde lift
el barriode wijk
las afuerasde buitenwijken
bien comunicadogoed bereikbaar
los gastos incluidosinclusief kosten (energie, water)
la fianzade borg
el dueño / la dueñade eigenaar
compartirdelen
ordenado / desordenadonetjes / slordig
exigenteveeleisend
de confianzabetrouwbaar