Spaans C1 · Vloeiend · unit 3
Estará en casa
In deze unit: vermoedens, vragen naar een vermoeden, toegeving met het futuro. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.
Grammatica 1: vermoedens
In het Spaans kun je met een tijd 'een stap verder' een vermoeden uitdrukken, zonder probablemente.
| Wat je vermoedt | Zekere vorm | Vermoeden | Nederlands |
|---|---|---|---|
| nu | Está en casa. | Estará en casa. | Hij zal wel thuis zijn. |
| net gebeurd (perfecto) | Ha salido. | Habrá salido. | Hij zal wel weg zijn. |
| verleden (indefinido/imperfecto) | Eran las diez. / Llegó tarde. | Serían las diez. / Llegaría tarde. | Het zal tien uur geweest zijn. |
| eerder in het verleden (pluscuamperfecto) | Había perdido el tren. | Habría perdido el tren. | Hij zal de trein wel gemist hebben. |
Futuro perfecto = habré, habrás, habrá, habremos, habréis, habrán + deelwoord. Het gebruik voor de toekomst leer je in Unit 4.
Grammatica 2: vragen naar een vermoeden
Met het futuro in een vraag laat je zien dat je je iets afvraagt:
- ¿Qué hora será? (Hoe laat zou het zijn?)
- ¿Quién será a estas horas? (Wie zou dat zijn op dit uur?)
- ¿Dónde habré puesto las llaves? (Waar heb ik mijn sleutels nou gelaten?)
- ¿Por qué no vendría ayer? (Waarom zou hij gisteren niet gekomen zijn?)
Grammatica 3: toegeving met het futuro
Het futuro + pero betekent 'het kan wel zo zijn dat…, maar…':
- Será muy rico, pero no es feliz. (Hij mag dan rijk zijn, maar…)
- Tendrás razón, pero no me convences.
- In het verleden met condicional: Sería muy buen jugador, pero tenía un carácter difícil.
Let op, Nederlanders
- 'Hij zal wel thuis zijn' = Estará en casa. Een letterlijke vertaling met debe estar kan ook, maar het futuro is natuurlijker.
- ¿Qué hora será? gaat over nu, niet over later.
- Verwar het vermoeden-futuro niet met echte toekomst: de context bepaalt het.
Woordenlijst
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| el misterio | het mysterie |
| la pista | het spoor, de aanwijzing |
| la deducción | de afleiding |
| deducir (deduzco) | afleiden |
| el testigo | de getuige |
| desaparecer (desaparezco) | verdwijnen |
| la desaparición | de verdwijning |
| el sospechoso | de verdachte |
| el móvil (de un crimen) | het motief |
| despistado | verstrooid |
| a estas horas | op dit uur |
| por lo visto | blijkbaar |
| al parecer | naar het schijnt |
| tener pinta de | eruitzien als |
| atar cabos | conclusies trekken, puzzelstukjes leggen |
| darle vueltas a algo | ergens over piekeren |