Spaans A2 · Basis · unit 1

Ahora mismo

In deze unit: estar + gerundio, gewoonte of nu?, wederkerend en seguir. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.

Grammatica 1: estar + gerundio

Met estar + gerundio zeg je wat iemand nu aan het doen is. Het lijkt op 'aan het … zijn' in het Nederlands.

Zo maak je het gerundio:

WerkwoordUitgangVoorbeeld
-ar-andohablar → hablando
-er-iendocomer → comiendo
-ir-iendoescribir → escribiendo

Onregelmatig:

InfinitiefGerundio
leerleyendo
oíroyendo
dormirdurmiendo
pedirpidiendo
decirdiciendo
seguirsiguiendo
vestirsevistiéndose

Voorbeelden: Estoy estudiando. ¿Qué estás haciendo? Mis padres están durmiendo. Estamos esperando el autobús.

Grammatica 2: gewoonte of nu?

Tegenwoordige tijd: gewoonteestar + gerundio: nu
Normalmente entreno por la mañana.Ahora estoy descansando.
Leo mucho.Estoy leyendo un libro de Messi.
Mi padre trabaja en un banco.Mi padre está trabajando en casa hoy.

Grammatica 3: wederkerend en seguir

  • Bij wederkerende werkwoorden mag het voornaamwoord vóór estar of aan het gerundio vast: Me estoy duchando = Estoy duchándome. Let op het accent als je het vastplakt.
  • Seguir + gerundio betekent 'nog steeds': Sigo estudiando español. ¿Sigues viviendo en Lierop?

Let op, Nederlanders

  • Gebruik estar + gerundio alleen voor wat nu bezig is, niet voor de toekomst. 'Ik vertrek morgen' is Salgo mañana, niet Estoy saliendo mañana.
  • Bij ser en estar zelf gebruik je het bijna nooit: Estoy estando bestaat niet.
  • 'Ik zit te lezen' of 'ik ben aan het lezen' wordt allebei Estoy leyendo.

Woordenlijst

SpaansNederlands
ahora mismo / en este momentonu meteen / op dit moment
el móvilde mobiele telefoon
el mensajehet bericht
llamar (por teléfono)bellen
enviar / contestarsturen / antwoorden
esperarwachten, hopen
buscarzoeken
limpiar / ordenarschoonmaken / opruimen
prepararklaarmaken, voorbereiden
descansaruitrusten
charlarkletsen
hacer los debereshuiswerk maken
navegar por internetinternetten
decir (digo)zeggen
oír (oigo)horen
seguir (sigo)doorgaan, nog steeds doen
el ruidohet lawaai
ocupado / ocupadabezig, druk
librevrij