Spaans A2 · Basis · unit 2

¿Qué has hecho hoy?

In deze unit: de vorm, wanneer gebruik je het?, waar staan de woordjes?. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.

Grammatica 1: de vorm

De voltooide tijd (pretérito perfecto) maak je met haber + voltooid deelwoord, net als 'ik heb gegeten'.

Persoonhaber+ deelwoord
yohecomido
túhascomido
él / ella / ustedhacomido
nosotroshemoscomido
vosotroshabéiscomido
ellos / ellas / ustedeshancomido

Voltooid deelwoord: -ar → -ado (hablar → hablado), -er en -ir → -ido (comer → comido, vivir → vivido).

Onregelmatige deelwoorden:

InfinitiefDeelwoordInfinitiefDeelwoord
hacerhechoabrirabierto
decirdichoponerpuesto
vervistovolvervuelto
escribirescritoromperroto
morirmuertodescubrirdescubierto

Grammatica 2: wanneer gebruik je het?

  • Voor iets in een periode die nog niet voorbij is: Hoy he entrenado dos horas. Esta semana hemos jugado tres partidos.
  • Met ya en todavía no: ¿Ya has comido? – No, todavía no he comido.
  • Voor ervaringen zonder vast moment: ¿Has estado alguna vez en México? Nunca he probado el pulpo.

In Spanje gebruiken mensen deze tijd veel. In Latijns-Amerika zeggen ze in dezelfde situaties vaker de verleden tijd uit Unit 3.

Grammatica 3: waar staan de woordjes?

  • Haber en het deelwoord blijven altijd bij elkaar: Nunca he estado en Roma, niet He nunca estado.
  • Wederkerende en andere voornaamwoorden staan vóór haber: Me he levantado tarde. ¿Lo has visto?
  • Het deelwoord verandert nooit: Ella ha comido, niet ha comida.

Let op, Nederlanders

  • In het Nederlands zeg je soms 'ik ben gegaan'. In het Spaans is het altijd haber: He ido, niet Soy ido.
  • 'Ik heb het al gedaan' = Ya lo he hecho.
  • Zeg niet He visto él maar Lo he visto (hem gezien). Daarover meer in Unit 7.

Woordenlijst

SpaansNederlands
esta semana / este mes / este añodeze week / deze maand / dit jaar
últimamentede laatste tijd
alguna vezooit
nuncanooit
yaal
todavía nonog niet
el examende toets, het examen
aprobar (apruebo) / suspenderslagen / zakken
perder (pierdo) el trende trein missen
olvidarvergeten
terminarafmaken, eindigen
romperbreken
probar (pruebo)proeven, proberen
conocer (conozco)leren kennen, kennen
visitarbezoeken
el paíshet land
el extranjerohet buitenland
la experienciade ervaring