Spaans B2 · Zelfstandig · unit 7

Ponerse, volverse, hacerse

In deze unit: werkwoorden van verandering, ser of estar met een andere betekenis, de plaats van het bijvoeglijk naamwoord. Uitgelegd in het Nederlands, met voorbeelden en de fouten die Nederlanders vaak maken.

Grammatica 1: werkwoorden van verandering

Het Nederlandse 'worden' heeft in het Spaans meerdere vertalingen.

WerkwoordSoort veranderingVoorbeeld
ponerse + bijv. nw.snel, tijdelijk (emotie, uiterlijk)Me pongo nervioso antes de los partidos.
volverse + bijv. nw.ingrijpend, karakter, vaak ongewildCon la fama se volvió muy creído.
hacerse + bijv. nw. / zelfst. nw.geleidelijk, vaak door eigen inzetSe hizo rico con su empresa. Se hizo médico.
llegar a ser + zelfst. nw.na een lange wegLlegó a ser capitán del equipo.
convertirse en + zelfst. nw.transformatieSe convirtió en una estrella.
quedarse + bijv. nw.resultaat, vaak na een gebeurtenisSe quedó sorprendido. Me quedé sin batería.

Grammatica 2: ser of estar met een andere betekenis

Bijv. nw.met sermet estar
listoslimklaar
ricorijklekker
aburridosaaiverveeld
maloslecht (karakter, kwaliteit)ziek
buenogoed (van karakter, kwaliteit)lekker, gezond; aantrekkelijk (spreektaal)
despiertopienterwakker
verdegroenonrijp, onervaren
orgullosotrots, hooghartigtrots op (iets)
seguroveiligzeker (overtuigd)
vivolevendig, slimin leven
atentoattent, vriendelijkoplettend
interesadoberekenendgeïnteresseerd

Grammatica 3: de plaats van het bijvoeglijk naamwoord

Ervóór (figuurlijk, subjectief)Erachter (letterlijk, objectief)
un gran jugador (een grote = goede speler)un jugador grande (een lange speler)
un viejo amigo (een oude, langdurige vriend)un amigo viejo (een bejaarde vriend)
un pobre hombre (een zielige man)un hombre pobre (een arme man)
el mismo día (dezelfde dag)el presidente mismo (de president zelf)
un nuevo coche (weer een andere auto)un coche nuevo (een gloednieuwe auto)
una única oportunidad (de enige kans)una oportunidad única (een unieke kans)

Grande wordt gran vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord: un gran día, una gran idea.

Let op, Nederlanders

  • 'Hij werd boos' is se enfadó of se puso de mal humor; 'hij werd prof' is se hizo profesional of llegó a ser profesional. Kies het werkwoord dat past bij de soort verandering.
  • Estar bueno over een persoon betekent in spreektaal 'aantrekkelijk zijn'. Gebruik het niet per ongeluk.
  • Es muy listo is een compliment; ¿Estás listo? is een vraag.

Woordenlijst

SpaansNederlands
ponerse rojo / nerviosorood / zenuwachtig worden
volverse loco / seriogek / serieus worden
hacerse rico / famosorijk / beroemd worden
hacerse mayorouder worden
llegar a seruiteindelijk worden
convertirse enveranderen in, worden tot
quedarse sorprendidoverbaasd staan
quedarse sinzonder … komen te zitten
la famade roem
el éxitohet succes
la presión mediáticade mediadruk
la humildadde bescheidenheid
humildebescheiden
creído / creídaverwaand
cambiar de opiniónvan mening veranderen
madurarvolwassen worden
el carácterhet karakter
la etapade fase